Het PRPP - Systeem
Het PRPP-systeem is één van de instrumenten van het Occupational Performance Model (Australia) (OPM(A)).
De grondleggers van dit Australische model zijn Chris Chapparo en Judy Ranka, die in 1989 met de ontwikkeling begonnen. Chapparo en Ranka wilden een ergotherapeutisch instrument ontwikkelen zonder de beperkingen van de al bestaande instrumenten (zoals AMPS en A-One).
Het PRPP-systeem is een gestandaardiseerd, valide en krachtig instrument dat gebruikt kan worden bij iedere cliënt met verdenking op problemen in de informatieverwerking. Dit is onafhankelijk van bijvoorbeeld diagnose (bv. CVA, dementie, schizofrenie, DCD of andere vormen van niet-aangeboren hersenletsel), leeftijd (kinderen en volwassenen) en culturele achtergrond. De ergotherapeut brengt routines, taken en subtaken van de cliënt in kaart. Na observatie van enkele voor de cliënt betekenisvolle taken worden de verkregen observatie gegevens geanalyseerd en kunnen eventuele problemen in de processen van informatieverwerking worden benoemd, verklaard en begrepen.
Naar boven
De grondleggers van dit Australische model zijn Chris Chapparo en Judy Ranka, die in 1989 met de ontwikkeling begonnen. Chapparo en Ranka wilden een ergotherapeutisch instrument ontwikkelen zonder de beperkingen van de al bestaande instrumenten (zoals AMPS en A-One).
Het PRPP-systeem is een gestandaardiseerd, valide en krachtig instrument dat gebruikt kan worden bij iedere cliënt met verdenking op problemen in de informatieverwerking. Dit is onafhankelijk van bijvoorbeeld diagnose (bv. CVA, dementie, schizofrenie, DCD of andere vormen van niet-aangeboren hersenletsel), leeftijd (kinderen en volwassenen) en culturele achtergrond. De ergotherapeut brengt routines, taken en subtaken van de cliënt in kaart. Na observatie van enkele voor de cliënt betekenisvolle taken worden de verkregen observatie gegevens geanalyseerd en kunnen eventuele problemen in de processen van informatieverwerking worden benoemd, verklaard en begrepen.
Naar boven
Het PRPP systeem voor taakanalyse is een zogenaamd "Criterion-referenced" instrument. Dit in tegenstelling tot zogenaamde "Norm-referenced" instrumenten waarbij wordt gekeken hoe iemand presteert vergeleken met anderen die de test hebben gedaan. Bij een criterion-referenced instrument wordt "de lat" individueel en/of per observatie bepaald. Bij een prpp observatie gaat het bepalen van de criteria waar de cliënt aan moet voldoen bij het uitvoeren van een bepaalde taak, in overleg met cliënt(systeem) en bijvoorbeeld therapeut.
Bijvoorbeeld bij het aantrekken van een hemd; voor iedereen geldt dat er een aantal essentiële stappen zijn om een hemd aan te krijgen. Maar of het hemd ingestopt moet worden of los hangt, kan bijvoorbeeld afhangen van het feit of iemand naar zijn/haar werk moet of een dag thuis blijft. Het kan dus zijn dat iemand wel een taak kan uitvoeren, maar dat de uitvoering misschien niet van voldoende kwaliteit is voor een specifieke situatie.
Naar boven
Bijvoorbeeld bij het aantrekken van een hemd; voor iedereen geldt dat er een aantal essentiële stappen zijn om een hemd aan te krijgen. Maar of het hemd ingestopt moet worden of los hangt, kan bijvoorbeeld afhangen van het feit of iemand naar zijn/haar werk moet of een dag thuis blijft. Het kan dus zijn dat iemand wel een taak kan uitvoeren, maar dat de uitvoering misschien niet van voldoende kwaliteit is voor een specifieke situatie.
Naar boven
Enkele uitgangspunten van het PRPP-systeem zijn:
- informatieverwerking is fundamenteel voor het uitvoeren van dagelijkse handelingen
- het is mogelijk om strategieën van informatieverwerking te observeren en te meten
- het is mogelijk om strategieën van informatieverwerking te veranderen door middel van specifieke interventie
De PRPP is opgebouwd uit twee stadia. Allereerst worden voor de cliënt betekenisvolle taken vastgesteld. Elke taak kan geanalyseerd worden, van het uitoefenen van een beroep tot het drinken van een glas water, van routine tot subtaak. De gekozen taak wordt vervolgens opgedeeld in deelstappen. Hierin worden de stappen beschreven die essentieel zijn om de gekozen taak te kunnen volbrengen. Omdat we weten dat verschillende mensen taken op een andere manier uitvoeren wordt er in stadium 1 alleen gescoord op de essentiële stappen.
Naar boven
Naar boven
Tijdens of na de observatie van de taak beoordeelt de ergotherapeut elke deelstap op;
Naar boven
- foute of slordige uitvoering (als een cliënt hulp nodig heeft bij een deelstap wordt dit als fout beoordeeld)
- onnodige) herhaling van deelstappen
- weglaten van deelstappen
- tijd; te snel of te langzame uitvoering
Naar boven
Het analyseren van de informatie uit de observatie geeft in stadium twee aan waarom de cliënt verminderd vaardig is, welke processen van informatieverwerking positieve of negatieve invloed hebben op de uitvoering van de taak. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden om (multidisciplinaire) interventie af te stemmen.
Perceive ("waarnemen")
Dit kwadrant bevat processen van informatieverwerking die te maken hebben met de sensoriek. Wanneer sensorische informatie op de juiste manier verwerkt wordt vormen wij ons een beeld van de omgeving en van onszelf. Deze informatie is nodig om tot handelen te kunnen komen.
Aandacht is hierbij belangrijk, als bepaalde sensorische informatie niet opvalt (Opmerken) kan het ook niet gebruikt worden in de taakuitvoering. Het verplaatsen en verdelen van aandacht (Moduleren) is vaak ook belangrijk. Wanneer de aandacht tijdens een taak te veel of te weinig gericht wordt kan dit de voortgang van de taak belemmeren.
Recall ("weten")
Dit kwadrant omvat processen die te maken hebben met het herinneren van informatie die nodig is bij het (succesvol) uitvoeren van een taak. Het gaat hierbij om weten wat dingen zijn (Herkennen), hoe ze heten (Benoemen) en hoe ze bij andere dingen horen (Categoriseren). Daarnaast ook het weten wanneer en waar bepaalde dingen wel en niet gedaan worden (Houdt verband met...). Tot slot is het nog belangrijk te weten hoe dingen werken (Voorwerpen gebruiken) en welke stappen je moet doen om (Deelstappen herinneren) de taak succesvol uit te voeren.
Cliënten met een afasie hebben moeite met taal. Dit wordt gescoord bij het proces Benoemen. Omdat wij bij onze denkprocessen taal gebruiken kan een ernstige afasie veel negatieve invloed hebben op het vermogen tot nadenken. Dit is vervolgens terug te zien in het volgende kwadrant, met name bij het evalueren van het handelen.
Plan ("denken")
De processen in dit kwadrant hebben te maken met het nadenken over de taak. Belangrijk is om doelgericht bezig te zijn (Doel weten) en rekening te houden met mogelijke obstakels (Belemmeringen identificeren). Tijdens het uitvoeren van een taak moeten voortdurend keuzes gemaakt worden (Keuzes maken), alleen de goede keuzes dragen bij aan een succesvolle taakuitvoering. Erg belangrijk in dit kwadrant is het subkwadrant Evalueren. Als een cliënt niet in staat is om zijn eigen handelen te evalueren wordt het erg moeilijk om problemen die tijdens het handelen ontstaan op te lossen. Cliënten die slecht scoren op andere onderdelen, maar wel goed kunnen evalueren kunnen ontstane problemen vaak oplossen en daardoor de taak tot een goed einde brengen.
Perform ("doen")
De processen in het Perform-kwadrant zijn betrokken bij de uitvoering van het actieplan. Belangrijke processen in dit kwadrant zijn het vermogen tot starten van de taak of volgende deelstap (Starten) en het op het juiste moment stoppen met de uitvoering van de taak (Stoppen). De cliënt moet kunnen doorgaan met de taak (Voortgaan) en niet opgeven als de taak moeilijk wordt (Volhouden). Het subkwadrant Controleren bevat de processen die nodig zijn voor de timing (Tempo reguleren), het Coördineren en Aanpassen van onder andere bewegingen.
Naar boven
Perceive ("waarnemen")Dit kwadrant bevat processen van informatieverwerking die te maken hebben met de sensoriek. Wanneer sensorische informatie op de juiste manier verwerkt wordt vormen wij ons een beeld van de omgeving en van onszelf. Deze informatie is nodig om tot handelen te kunnen komen.
Aandacht is hierbij belangrijk, als bepaalde sensorische informatie niet opvalt (Opmerken) kan het ook niet gebruikt worden in de taakuitvoering. Het verplaatsen en verdelen van aandacht (Moduleren) is vaak ook belangrijk. Wanneer de aandacht tijdens een taak te veel of te weinig gericht wordt kan dit de voortgang van de taak belemmeren.
Recall ("weten")
Dit kwadrant omvat processen die te maken hebben met het herinneren van informatie die nodig is bij het (succesvol) uitvoeren van een taak. Het gaat hierbij om weten wat dingen zijn (Herkennen), hoe ze heten (Benoemen) en hoe ze bij andere dingen horen (Categoriseren). Daarnaast ook het weten wanneer en waar bepaalde dingen wel en niet gedaan worden (Houdt verband met...). Tot slot is het nog belangrijk te weten hoe dingen werken (Voorwerpen gebruiken) en welke stappen je moet doen om (Deelstappen herinneren) de taak succesvol uit te voeren.
Cliënten met een afasie hebben moeite met taal. Dit wordt gescoord bij het proces Benoemen. Omdat wij bij onze denkprocessen taal gebruiken kan een ernstige afasie veel negatieve invloed hebben op het vermogen tot nadenken. Dit is vervolgens terug te zien in het volgende kwadrant, met name bij het evalueren van het handelen.
Plan ("denken")
De processen in dit kwadrant hebben te maken met het nadenken over de taak. Belangrijk is om doelgericht bezig te zijn (Doel weten) en rekening te houden met mogelijke obstakels (Belemmeringen identificeren). Tijdens het uitvoeren van een taak moeten voortdurend keuzes gemaakt worden (Keuzes maken), alleen de goede keuzes dragen bij aan een succesvolle taakuitvoering. Erg belangrijk in dit kwadrant is het subkwadrant Evalueren. Als een cliënt niet in staat is om zijn eigen handelen te evalueren wordt het erg moeilijk om problemen die tijdens het handelen ontstaan op te lossen. Cliënten die slecht scoren op andere onderdelen, maar wel goed kunnen evalueren kunnen ontstane problemen vaak oplossen en daardoor de taak tot een goed einde brengen.
Perform ("doen")
De processen in het Perform-kwadrant zijn betrokken bij de uitvoering van het actieplan. Belangrijke processen in dit kwadrant zijn het vermogen tot starten van de taak of volgende deelstap (Starten) en het op het juiste moment stoppen met de uitvoering van de taak (Stoppen). De cliënt moet kunnen doorgaan met de taak (Voortgaan) en niet opgeven als de taak moeilijk wordt (Volhouden). Het subkwadrant Controleren bevat de processen die nodig zijn voor de timing (Tempo reguleren), het Coördineren en Aanpassen van onder andere bewegingen.
Naar boven
De descriptors zijn aparte, in gedrag waarneembare processen van informatieverwerking. Doordat de processen zijn omschreven in gewone, voor iedereen begrijpelijke werkwoorden kunnen de problemen die de cliënt heeft helder en concreet worden benoemd. De termen die worden gebruikt voor Neuropsychologische functiestoornissen (NPFS) zoals apraxie, afasie, agnosie, neglect, ataxie zijn niet eenduidig en geven in sommige gevallen meerdere problemen
aan. Voorbeeld:
Naar boven
- Apraxie: De cliënt heeft bv. problemen met Voorwerpen gebruiken.
- Neglect: De cliënt heeft problemen met het Zoeken en Vinden van informatie aan de aangedane zijde.
- Korte termijn geheugen: De cliënt heeft problemen met het Deelstappen herinneren.
Naar boven

